Geschiedenisles
In het verleden hebben we hier al vaker gekeken naar handige manieren om met je Bash geschiedenis te werken. Maar als je dacht dat alles was dan hebben we nog een verrassing voor je.

In het verleden hebben we hier al vaker gekeken naar handige manieren om met je Bash geschiedenis te werken. Maar als je dacht dat alles was dan hebben we nog een verrassing voor je.

In Bash kun je een hoop nuttige, maar soms ook rare, dingen doen met variabelen. Één van die dingen is transformatie terwijl een variabele uitgepakt wordt tijdens de “Expansion” fase. Zo kun je indirectie toepassen, default of alternatieve waardes gebruiken, substring vervangingen, en meer.

Wanneer je in een bash script meerder processen naast elkaar wilt draaien dan kun je er een paar nar de achtergrond sturen. Wanneer je communicatie tussen die processen nodig hebt kun je extra File Descriptors aanmaken, en slimme dingen dingen doen met input en output redirectie, named pipes, sockets, en meer.
Sinds Bash 4.0 in 2010 kun je dat ook simpeler doen. Op de achtergrond blijft
het toveren met file descriptors en redirectie, maar in het script zelf leest
(en schrijft) het allemaal wat makkelijker dankzij het coproc commando.

Iedereen die regelmatig met Kubernetes werkt is blootgesteld aan kubectl (of
oc als je OpenShift gebruikt). Dit commando kent een hoop trucjes die je
leven makkelijker kunnen maken, maar helaas kent niet iedereen die trucjes.
In deze video laat Wander vijf handige dingen zien waarmee je dagelijks tijd kunt besparen, tijd die je vervolgens kunt gebruiken om meer Sudo Friday te kijken.

Als je voor het eerst een Red Hat examen, zoals de RHCSA, of een ander hands-on examen gaat maken dan kunnen de druk en de stress hoog oplopen. Een onbekende omgeving, een berg aan opgaves, en een tikkende klok maken je leven niet makkelijker.