Geschiedenisles
In het verleden hebben we hier al vaker gekeken naar handige manieren om met je Bash geschiedenis te werken. Maar als je dacht dat alles was dan hebben we nog een verrassing voor je.

In het verleden hebben we hier al vaker gekeken naar handige manieren om met je Bash geschiedenis te werken. Maar als je dacht dat alles was dan hebben we nog een verrassing voor je.

Sinds de eerste (beta) release van Red Hat Linux in 1994 heeft de familieboom van Red Hat (afgeleide) distributies wat flinke kronkels en vertakkingen gemaakt. Zoveel zelfs dat sommige mensen door de takken de boom niet meer zien.

Vroegâh, toen alles nog beter anders was, had een proces of
gebruikers-rechten, en mocht bijna niks, of root-rechten, en mocht bijna alles.
Tools als arping, die zelf netwerk pakketjes willen maken buiten het kernel
om, moesten toen dan ook op disk het SETUID bitje hebben, zodat ze bij het
uitvoeren als root zouden draaien.
Al terug in 1999 is hier verandering in gekomen, toen processen “Capabilities” konden krijgen met het 2.2 kernel. Sinds 2008 kunnen deze capabilities ook aan executables op disk gekoppeld worden, zodat er fijnmazig rechten uitgedeeld kunnen worden aan tools die dat nodig hebben.

Deze week neemt Wander jullie mee terug in de tijd naar het begin van de jaren tachtig. En wat is er nou beter om te tijdreizen dan revisie beheer software? Specifieker, de grootvader van alle revisie beheer software: Revision Control System (RCS).
Voor sommigen van jullie zal dit een herinnering zijn aan beter tijden, voor
anderen een hoofdstuk van hun leven dat ze gesloten hebben en hopen nooit meer
te hoeven openen. Voor de chronologisch minder bevoordeelde mensen is het
misschien dat irritante commando dat je bestanden liet verdwijnen op RHEL4 en
ouder als je per ongeluk ci typte in plaats van vi.